Vervanging

Praktijkverhaal TCOZ Zeeland: ‘De wil om samen te werken’

109 views 18 september 2017 3

Erik Reekers onder Zeelandbrug

Erik Reekers, directeur TCOZ

Eric Reekers is directeur van TCOZ Zeeland, dat een aantal jaar geleden al werd opgezet. ‘De behoefte aan samenwerking bestaat hier al langer. In juni vorig jaar zijn we echt van start gegaan met de flexpool. Tot nu toe gaat dat heel goed. De vrees dat de vaste leerkrachten in de pool niet worden gebruikt kan de prullenbak in. We kampen inmiddels met een tekort aan invallers en moeten soms scholen teleurstellen. Wat mij betreft nemen we met zijn allen extra docenten aan voor een nog grotere flexibele schil. We kunnen nu wel concluderen dat deze invalkrachten toch wel worden ingezet.’

P&O-diensten

Het TCOZ bestaat uit drie onderdelen: de vervangingspool, een nascholingspoot en een netwerk van P&O’ers voor 15 schoolbesturen.

Veel schoolbesturen zijn zo klein dat ze maar één P&O’er in dienst kunnen nemen, of de bestuurder doet het personeelsbeleid er zelf bij. Het is dan onmogelijk om alle ontwikkelingen binnen het vakgebied bij te houden. Door de P&O-diensten te bundelen kunnen we die expertise wel in huis halen.

Op het gebied van nascholing zijn wij een soort bemiddelaar. Schoolbesturen zoeken bijvoorbeeld nascholing voor hun leerkrachten, willen intervisiebijeenkomsten organiseren, of kennisgroepen opzetten. Wij zoeken dan partijen die deze nascholing kunnen leveren. De facturen gaan vervolgens naar de schoolbesturen.

Het TCOZ loopt erg goed, vooral doordat de samenwerking tussen de verschillende schoolbesturen goed verloopt. Bestuurders zijn open naar elkaar en weten mij vaak te vinden als ze vragen hebben.

 “De vrees dat de vaste leerkrachten in de pool niet worden gebruikt kan de prullenbak in.”

Vervangingspool

De vervangingspool is juni vorig jaar gestart, maar het gros van de schoolbesturen is pas ingestapt bij de start van het schooljaar 2015/2016. Ons beleid is dat eerst de zogenaamde ‘A-poolers’ worden ingezet. Dat zijn leerkrachten in vaste dienst van een van de schoolbesturen, die bij hun school overtallig zijn of er zelf voor hebben gekozen om als invalkracht te gaan werken. Vooraf was er wat angst of deze medewerkers wel genoeg zouden worden ingezet, maar dat blijkt geen enkel probleem te zijn. Sterker nog, ook de B1-groep, parttime leerkrachten die voor een deel flexibel werken, worden volop ingezet voor invalwerk. Daarnaast werken we met externe invallers met een tijdelijke aanstelling. Ook met die groep erbij hebben we inmiddels een tekort aan invalkrachten. We moeten geregeld scholen teleurstellen.

Wat mij betreft nemen alle besturen vijf procent extra leerkrachten aan, bovenop de vaste formatie en het personeelsbudget. Die extra mensen zouden we via het TCOZ in kunnen zetten bij verzuim.

De praktijk leert inmiddels dat deze leerkrachten toch ingezet worden. Het verzuim ligt namelijk tussen de vijf en negen procent. Het mooie van deze constructie zou zijn dat we jonge leerkrachten een baan aan kunnen bieden binnen de vervangingspool. Hier kunnen zij ervaring opdoen en zich in de kijker spelen voor een vaste plek op een van de scholen. Het risico is anders dat ze uitwijken naar een andere provincie of een ander beroep. Dat zou zonde zijn. Zeeland is nu nog een krimpregio, dus het lastig voor startende leraren om werk te vinden. Maar voor de balans op een school is het goed om ook jonge mensen in het team te hebben. Zij hebben nieuwe inzichten, staan anders in het leven en zijn een ander rolmodel voor de kinderen.’

Werkwijze

De werkwijze van het TCOZ is niet zo ingewikkeld. Wij hebben een digitaal systeem waarbinnen schooldirecteur aan kunnen geven dat ze vervanging nodig hebben. Drie planners beheren dat systeem en zoeken in de flexpool naar een geschikte vervanger. Eerst zoeken we naar een A-pooler.

Als dat niet lukt proberen we een tijdelijke kracht. Vervolgens nemen we contact op met die leerkracht, met een telefoontje of een bericht, waarna de leraar afreist naar de school in kwestie.

Hoewel de invalkrachten meestal goed werk leveren, past een docent soms niet goed bij een school. Wij markeren dit dan in ons systeem, zodat die school voortaan een andere invaller krijgt. Aan de andere kant krijgen we ook weleens klachten van leraren over een bepaalde school. Daar spreek ik de directeuren dan op aan. Een invalkracht mag namelijk wel verwachten dat er wat algemene informatie, zoals een overzicht van de leerlingen klaarligt, net als bijvoorbeeld een handleiding voor het digibord. Als er van tevoren niets is geregeld wordt het lastig voor de invalkracht om zijn of haar werk te doen. Gelukkig is het meestal goed geregeld. In ons systeem hebben wij ook een evaluatiemodule, waarmee scholen een vervanger kunnen beoordelen. Dat kan handig zijn wanneer er een vacature ontstaat. We kunnen dan snel zien wie er bij de functie past.

Samenwerken

De belangrijkste succesfactor voor een RTC? De wil van schoolbestuurders om samen te werken. Dat gaat in Zeeland heel goed. Mijn advies is om de tijd te nemen voor een aanloop. Wij waren al een jaar of twee bezig voordat we echt startten met de vervangingspool. Het kost gewoon tijd om besturen naar elkaar toe te trekken. Zorg ook dat je als RTC geïnformeerd bent op personeelsgebied en weet wat er speelt, want de vragen van besturen gaan komen: Hoe zit het met eigen risico? Wie is verantwoordelijk voor scholing? Als je de besturen goed kunt informeren, kun je een verbindende factor zijn.

Schoolbesturen zou ik willen adviseren om vooral de samenwerking met andere besturen op te zoeken. Dat biedt steeds meer voordelen. Niet alleen het delen van invalkrachten, maar bijvoorbeeld ook cursussen voor het personeel. Fuseren hoeft helemaal niet. Je kunt samenwerken op gebieden die je zelf wilt. In Zeeland hebben we veel scholen met een sterke identiteit. Toch werken die prima samen. Door samen te werken kun je elkaar juist versterken.’

 

Heeft dit artikel u geholpen?