Lerarentekort

René Flohil creëerde zijn eigen seniorenbeleid en biedt jonge collega’s een eigen klas

105 views 19 september 2017 0

René Flohil werkte ruim 25 jaar als leerkracht van groep acht op een basisschool in Zeeland. Lesgeven heeft hem altijd veel voldoening gegeven, maar hij begon steeds meer op te zien tegen de administratie. Dankzij de flexpool van TCOZ, het regionaal transfercentrum in Zeeland, kon zijn directrice René met al zijn ervaring behouden voor het onderwijs. René gaf zijn eigen klas op voor een functie als vervanger. Als flexpooler kan hij zich weer voornamelijk op het lesgeven te richten, een kans die hij met beide handen aangreep. Réne gaat na 25 jaar nog steeds met plezier naar zijn werk.

‘Ik heb nu meer tijd om mijn lessen voor te bereiden en daar echt iets leuks van te maken.’

‘Sinds 1987 sta ik voor de klas. Ik begon met invalbaantjes en kreeg al snel een vaste plek als leraar van groep acht in Goes. Op dezelfde school in dezelfde wijk. Ik heb het daar altijd naar mijn zin gehad, maar begon steeds meer op te zien tegen de administratie: vergaderingen, oudergesprekken, voortgangsrapporten, handelingsplannen, groepsplannen. Ik vond het de spuigaten uitlopen. Ik wilde graag van die soms overbodige administratie af, zodat ik meer tijd zou hebben voor het lesgeven.

Dat heb ik aangegeven bij de schoolleiding. De directrice van mijn school kwam toen met het TCOZ, het regionaal transfer centrum in Zeeland. Vlak voor de zomervakantie hebben we geregeld dat ik in de flexpool terecht zou komen.

Eigen vorm seniorenbeleid

Ik ben nog gewoon in vaste dienst bij mijn schoolbestuur. Wel ben ik een dag minder gaan werken: vier dagen in plaats van vijf. Tijdens mijn sollicitatie voor de flexpool hebben we wel afgesproken dat een van beide partijen kan besluiten dat ik weer vast voor de klas kom te staan. Maar voor mij hoeft dat niet en ik denk ook niet dat mijn werkgever dat besluit. Werken vanuit de flexpool bevalt me prima. Ik hoef niet meer terug. Op deze manier creëer ik een eigen vorm van seniorenbeleid en schep ik ruimte voor jonge en beginnende collega’s die niet graag invallen en graag een eigen klas willen hebben.

“Op deze manier schep ik ruimte voor jonge en beginnende collega’s die niet graag invallen en graag een eigen klas willen hebben.”

Door mijn vaste contract bij een van de deelnemende schoolbesturen ben ik een ‘A-pooler’. Dat betekent dat ik vier dagen werkzaamheden moet verrichten, meestal als invaller. Is er geen vervangende leerkracht nodig dan ga ik naar mijn ‘stamschool’, waar ik ondersteunend aanwezig ben. Ook elke vrijdag ben ik daar en geef ik vaak les. Meestal is er wel ergens vervanging nodig. Dan word ik gebeld of ontvang ik een bericht. Soms nog vroeg in de ochtend, maar meestal een dag van tevoren. Dat bericht bevestig ik dan, waarna ik naar de bewuste school rijd. Dat kan in heel Zeeland zijn. Soms ben ik een uur onderweg, maar daar heb ik geen problemen mee. Dan kan ik in de auto alvast bedenken hoe ik de les aan ga pakken.

Meer tijd voor lesvoorbereiding

Inmiddels ben ik al op 23 verschillende scholen geweest. Soms ook langere tijd op dezelfde school. Ik geef nu bijvoorbeeld drie maanden lang twee dagen per week les op dezelfde school in Middelburg, als vervanger van een leerkracht die met zwangerschapsverlof is. Natuurlijk woon ik tijdens een langdurige vervanging ook wel eens een vergadering bij. Maar lang niet zoveel als tijdens mijn vaste baan. Daar begon ik om half acht en bereidde ik eerst mijn lessen voor. Tussen de middag was ik zeker een halfuur aan het nakijken. Na de lessen kwamen er vergaderingen, bordsessies, overleggen. Meestal ging ik om 17.30 uur naar huis, waar ik vaak nog wat digitaal werk afhandelde. Die werkdagen mis ik zeker niet.

Het is voor mij een voordeel dat ik al 25 jaar ervaring heb met lesgeven. Ik heb een aardig arsenaal aan lesstof opgebouwd. Op de scholen waar ik inval zijn de collega’s blij dat ik kom. Die waardering is leuk. Dat ervaar je niet als je ergens vast werkt. Natuurlijk probeer ik me zoveel mogelijk te houden aan het reguliere lesprogramma, maar tussendoor wil ik ook leuke, creatieve dingen met de leerlingen doen. Laatste zag ik bijvoorbeeld ergens een dode mol liggen. Die heb ik voor 75 euro op laten zetten en gebruik ik nu soms voor een korte biologieles.

Leerlingen vinden dat er erg leuk. Ik merk dat ze graag praktisch bezig zijn. Het gekke is dat ik nu als invaller meer tijd heb om lessen voor te bereiden, omdat ik minder administratieve taken heb.

Sleur is verdwenen

Wanneer ik voor een nieuwe klas sta, vertel ik eerst wat over mezelf. Ik heb een powerpointpresentatie gemaakt van mijn geboorte tot nu toe. Dat is vrij kort hoor, maar dan weten de leerlingen een beetje wie ze voor zich hebben. Andere leerkrachten zijn vaak geïnteresseerd in mijn keuze voor de flexpool. Ik vertel regelmatig over mijn beweegredenen. Toch durven velen het niet aan om hun vaste plek op te geven. Af en toe kom ik andere invallers tegen. Op veel scholen zijn er twee of meer leraren tegelijkertijd met ziekteverlof, dus er zijn vaak meerdere vervangers tegelijk aan het werk. Dat is vaak leuk, want velen kennen mij nog als vaste leerkracht.

“Ik voel me vrijer dan voorheen en ga met plezier naar mijn werk.”

Met het TCOZ heb ik, behalve de telefoontjes over vervangklussen, niet veel contact. Ik heb de telefoniste regelmatig aan de lijn, maar heb geen idee hoe ze eruit ziet. Dat vind ik niet erg. Alles is goed geregeld. Als flexpooler hoor je eigenlijk nergens bij, maar dat voelt niet verkeerd. Het is afwisselend, waardoor de sleur is verdwenen. Ik voel me vrijer dan voorheen en ga met plezier naar mijn werk.

 

Heeft dit artikel u geholpen?